
Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997
Artikel 9
1
Tot lid van het algemeen bestuur van een kamer kunnen alleen worden benoemd degenen, die:
a
nauw betrokken zijn bij een onderneming in het gebied van de kamer;
b
niet in staat van faillissement verkeren of anderszins de beschikking of het beheer over hun goederen verloren hebben;
c
voorafgaand aan de benoeming niet meer dan acht jaren hebben deel genomen aan het bestuur van een kamer;
d
niet reeds, voor dezelfde zittingsperiode, benoemd zijn tot lid van het algemeen bestuur van een andere kamer en
e
niet bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak van het kiesrecht in de zin van de Kieswet zijn ontzet.
2
Bij regeling van Onze Minister kunnen eisen worden gesteld met betrekking tot de benoembaarheid tot lid van het algemeen bestuur.
3
De in het tweede lid bedoelde regeling bevat in ieder geval een benoemingscode, op grond waarvan de benoemingsgerechtigde organisaties hun leden in het algemeen bestuur benoemen.
4
De in het tweede lid bedoelde regeling en iedere wijziging hiervan treden niet eerder in werking dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.